Zomer vol verhalen – Mehmet

Op 28 juli spreken we Mehmet en het is een beetje anders dan anders met dit interview. Mehmet zat namelijk bij mij, Marike, op de basisschool! We kennen elkaar, maar maken vandaag voor de tweede keer kennis zoals hij het zelf zegt. Als je elkaar 23 jaar niet ziet en spreekt, is het extra bijzonder om elkaar weer te ontmoeten. Voor de Zomer vol Verhalen kwamen we weer in contact en zo komt het dat we ‘ineens’ bij hem in de tuin zitten op woensdagochtend!

Vertel, hoe stel jij jezelf voor?
Ik ben Mehmet, 35 jaar oud en sinds twee weken mag ik mezelf toegepast psycholoog noemen. Ik ben vader van 5 leuke kinderen. Ik ben ondernemend, proactief, ik zie kansen en handel ernaar. Bovenal ben ik een family guy! Voorheen ben ik altijd ondernemer geweest in verschillende sectoren, voornamelijk de horeca. Op een gegeven moment wilde ik toch iets waar ik meer voldoening uit kon halen in mijn leven. Iets waar ik meer mezelf kon ontdekken, wie ik ben en wat ik kan betekenen. Vandaar dat ik 5 jaar terug het roer heb omgegooid en ben ik een hele andere richting op gegaan. Van shoarmaboer naar toegepast psycholoog!

Jouw switch is op z’n zachtst gezegd opvallend, waar komt jouw motivatie vandaan?
Eén van de redenen dat ik ben begonnen aan de opleiding toegepaste psychologie is dat ik wrijvingen ervaarde in de omgang tussen de bevolkingsgroep met een migratieachtergrond, of nieuwe Nederlander, en de autochtone Nederlander. Ik heb gezien dat er nogal wat ruis kan ontstaan in de communicatie tussen beide groepen vanwege culturele verschillen waardoor de boodschap vaak niet overkomt zoals bedoeld. Hierdoor zie je dat sommige mensen met een migratieachtergrond eerder terecht komen in subcultuurtjes, in een kleine bubbel. Toen ik in Groningen werkte, zag ik dat de meeste mensen met een migratieachtergrond veelal investeren in shoarmazaken, taxibedrijven en kleding reparatie ondernemingen, terwijl de meeste mensen in principe veel meer kunnen doen en kunnen betekenen. Ik vroeg me af wat er fout ging.

Mehmet vertelt over zijn achtergrond:
We zaten op een multi-culti basisschool waar – toen – gedeeltelijk Turkse les gegeven werd, er was een hechte samenleving én een Turkse gemeenschap. Mijn vader behoorde tot de groep van de eerste generatie gastarbeiders.

We woonden in een buurt waar veel Turken woonden en wij raakten meer Turks, dan de Turken in Turkije. In feite was ons wereldje heel klein en werd er stevig vastgehouden aan de Turkse normen en waarden. Deze hechte maatschappij bracht vooral het gevoel van veiligheid en het gevoel van ‘erbij horen’ maar bracht ook in zekere zin enkele nadelen met zich mee; een vrij kleine bubbel waar moeilijk uit te stappen valt. Mijn vader zag dit; hij concludeerde dat een andere leefomgeving onze persoonlijke ontwikkeling ten goede zou komen.  

Aan het einde van de basisschool kreeg ik een havo/vwo advies, maar moest van de leraar toch naar de mavo. Mijn vader is toen naar het Maartenscollege in Haren gereden en heeft mij daar aangemeld. Daarna zijn we vrij vlot naar Haren verhuisd. Dat was best een shock. We kwamen uit ‘klein-Turkije’ Hoogezand en toen zaten we ineens in ‘kakkie’ Haren. De eerste drie jaren was ik een rustige leerling die goed presteerde, maar ook iemand die er niet altijd bij hoorde; ik was immers de enige ‘buitenlander’ op school. Rond het derde jaar ging het mis.

Ik werd populairder, kreeg andere interesses en stroomde van het vwo af naar de havo, bleef zitten, deed de mavo en ben uiteindelijk zonder diploma van school getrapt. Wél met een voldoende op Nederlands.. hoe ironisch (knipoogt). Mijn vader wilde zó graag dat ik een diploma zou halen en toen ik daarin faalde, veranderde onze verstandhouding ook. Ik ging op mijn 17e van school om een jaartje pauze te nemen, maar dat werden er vijftien.

Net als mijn vader heb ik een passie voor koken. Nadat ik een keer met een vriend bij Hasret in Groningen had gegeten, heb ik daar gesolliciteerd en werd ik aangenomen. Eerst als afwasser, toen aan de grill en later als leidinggevende. Toen ik 18 was ben ik met drie loonstrookjes naar de bank gegaan en heb geld geleend om voor 1/3 deel mede-eigenaar te kunnen worden van het bedrijf. Ik deed alles impulsief, verdiende veel geld, werken was iedere dag (lees: nacht) een feest en trouwde toen ik 20 was. Op mijn 25e had ik vier kinderen en ondertussen kreeg de zaak er een derde en vierde vestiging bij. We werden verkozen als beste shoarmatent van Nederland.

Ik heb in die tijd veel geleerd van alle lagen van de bevolking. Als je in een bepaalde bubbel en omgeving leeft, merk je niet veel van andere bevolkingsgroepen en wat zich daar afspeelt. Werken in de horeca gaf mij de gelegenheid om deze verschillende lagen te observeren en de verschillen te herkennen. De buitenkant van de verschillende mensen zegt niet zoveel, maar wat zit eronder? Ik heb in die jaren ook meerdere jongeren kunnen helpen, coachen en begeleiden, zelfs teruggestuurd naar hun studie. Ik haalde daar veel voldoening uit.

‘Ik verloor de controle over mijn lijf en mijn bedrijf’


Wanneer kwam het moment van bezinning?
Toen ik 25 was, kreeg ik een zeldzame afwijking aan mijn nieren. Het ene moment woog ik 120 kilo, het andere moment maar 70 kilo. Ik verloor toen de controle over mijn lijf en m’n bedrijf. Het fysieke werken lukt niet meer en ik moest de structuur loslaten. Ik was veel thuis maar voor mijn gezin kon ik ook niet veel betekenen. In die periode heb ik het bedrijf verkocht en scheidde ik van mijn vrouw.

Ik heb anderhalf jaar nodig gehad om te herstellen. Ik probeerde rust te vinden, maar ook nieuwe vaardigheden te leren. Wat kan ik nog wel? Toen ben ik tóch aan kleding reparatie begonnen (lacht). Ik vond een kleermaker en samen runden we een zaak in Vries. In het dorp heerste zo’n andere cultuur dan in Groningen. De zaak liep prima, maar ik voelde totaal geen binding en verbinding.

In de tussentijd ben ik opnieuw getrouwd met mijn beste vriendin, we kenden elkaar al jaren en vanuit een hechte vriendschap bloeide de liefde op. In die periode werd mijn vader ernstig ziek en hij overleed binnen een jaar. In dat laatste jaar hebben we veel gepraat en gedeeld. Zijn foto staat op mijn bureau en ik praat met regelmaat tegen hem. Wie ben ik en wat wil ik? Mijn vader heeft mij -indirect- gemotiveerd om weer te gaan studeren.

Hoe heb je je studiekeuze gemaakt?
Ik heb een formele en zakelijke kant, maar ben ook mensgericht en maatschappelijk betrokken. Omdat ik geen vooropleiding had, was ik genoodzaakt om onderaan te beginnen. Op mijn 29ste heb ik aangeklopt bij het Drenthe College voor een geschikte opleiding. Hier werd geconcludeerd dat een entree opleiding geschikt zou zijn, waarvan ik later begreep dat het een mbo-niveau 1 opleiding was. Na een half schooljaar ben ik opgestroomd naar niveau 4 en in hetzelfde studiejaar heb ik een toelatingsexamen afgelegd voor de opleiding toegepaste psychologie aan het hbo. De opleiding toegepaste psychologie bood mij de gelegenheid om te groeien op meerdere vlakken: Ik kon investeren in mijn zakelijke kant doormiddel van arbeids- en organisatiepsychologie, maar kreeg ook de mogelijkheid om mijzelf meer te ontwikkelen in het begeleiden en coachen van mensen met verschillende soorten gedragsproblematiek.

Toen ik stage moest lopen, ben ik teruggegaan naar het Drenthe College. Tijdens mijn stage heb ik een training ontworpen, over interculturele communicatie, die ik nu graag op de markt wil brengen! Mijn stage heb ik afgerond met een 9,7 en inmiddels ben ik afgestudeerd. Maar ik wil me graag blijven door ontwikkelen dus heb ik me vorige week ingeschreven voor de masteropleiding pedagogiek.

Als je wel eens terugkijkt, hoe voelt het dan dat je dit allemaal hebt gedaan?
Eerlijk gezegd word ik er wel eens angstig van. Mijn zusje, bijvoorbeeld, is advocate geworden en zij heeft een getraind brein. Ik heb jarenlang niet hoeven leren en studeren en ben met een ongetraind brein in dit traject gestapt. Ik ‘begin’ nu pas en moet vlieguren gaan maken in de praktijk. Ik ga na de vakantie parttime werken bij het Drenthe college en ik mag er aan de slag met alles omtrent gedragsbeïnvloeding met een accent op culturele verschillen.

Wat voor plannen heb je nog meer?
Ik heb bewust gekozen voor een parttime baan, zodat ik voldoende tijd heb voor mijn masteropleiding én het op poten zetten van mijn eigen trainingsbureau. Mijn eerste training gaat over interculturele communicatie gericht op mbo docenten met als doel de juiste tools en kennis over te dragen zodat omgang en communicatie met de student met migratieachtergrond beter en effectiever verloopt.

Ik wil hier graag wijzen op een blinde vlek; er wordt aan verschillende kanten ruis ervaren, waardoor er enigszins wrijving kan ontstaan in omgang tussen docent en student met een migratie-achtergrond. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door culturele verschillen. Als je begrijpt waar dit vandaan komt en hoe deze verschillen zich manifesteren in gedrag en in het dagelijks leven, kun je bepaald gedrag beter verklaren, je doelgroep waar je mee werkt beter leren kennen en uiteindelijk werken aan gedragsbeïnvloeding. Uiteindelijk zal dit proces de omgang en het lesgeven positief beïnvloeden. Uiteraard is dit een wederzijds probleem; er zou ook een interventie ingezet moeten worden voor de student met een migratieachtergrond. Hier ben ik ook mee bezig en wil dit graag op innovatieve wijze door ontwikkelen. Dus er is nog heel wat te doen!

Wat voor advies heb je voor anderen?
Kom uit je bubbel en ga ontdekken. Ga met mensen in gesprek waar je het niet mee eens bent; daar kun je heel veel van leren en dat verbreedt je horizon.

Met wie zou je graag in contact komen?
Ik richt me met mijn training op het onderwijs en daarvoor kom ik graag in contact met mensen die een ingang hebben bij mbo-opleidingen. Als er andere partijen zijn die interesse hebben in mijn training, dan nodig ik ze van harte uit voor een gesprek. Mijn huidige training is gericht op het onderwijs, maar deze kan op maat gemaakt worden voor andere instellingen waar men ook werkt met mensen met een migratieachtergrond. Aangezien Nederland steeds meer multicultureel wordt, vind ik het essentieel dat mensen met diverse etnische achtergronden elkaar beter leren kennen en bruggen kunnen slaan waar nodig. Belangrijk is dat dit pas kan plaatsvinden als er kennis wordt gedeeld, dan pas kan er gedragsverandering plaatsvinden!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *